Noblesse oblige, letterlijk vertaald: adeldom verplicht, is een eeuwenoud Frans gezegde dat aangeeft dat een vooraanstaande maatschappelijke positie verplichtingen met zich meebrengt.
Dit adagium is dan ook uitgangspunt voor onze bedrijfsfilosofie: Talent en een vooraanstaande maatschappelijke positie brengen een morele plicht tot gewetensvol gedrag met zich mee. En alleen daarin schuilt naar ons gevoel de rechtvaardiging voor een bevoorrechte maatschappelijke positie. Gelukkig staan wij daarin niet alleen: veel mensen en organisaties in zowel het publieke als private domein dragen dit vertrekpunt immers in hun vaandel.
Het strategie en managementbureau Noblesse Oblige past het oude adagium strategisch toe in de hedendaagse praktijk. Wij streven naar een zo groot mogelijke welvaart in de breedste zin van het woord. Concreet betekent dit enerzijds dat wij onze klanten adviseren te handelen zoals van hen mag worden verwacht. Dat is handelen in het licht van belangen van hun eigen organisatie, hun cliënten en de maatschappij. Dit vertrekpunt is heden ten dage bij veel organisaties naar de achtergrond verdwenen. De focus op winstmaximalisatie, het nastreven van individueel voordeel en satisfactie van belanghebbende partijen hebben ertoe geleid dat de balans tussen economische rationaliteit en maatschappelijk belang zoek is geraakt. Herstel van deze balans levert naar het gevoel van Noblesse Oblige synergievoordeel op. Dit voordeel leidt tot een zo groot mogelijke welvaart voor alle betrokken partijen zowel op de korte maar vooral op de langere termijn.
Anderzijds betekent dit ook dat van Noblesse Oblige en medewerkers verwacht mag worden dat deze in lijn met hun eigen bedrijfsfilosofie zullen handelen. Van onze medewerkers mag dan ook verwacht worden dat deze hoogwaardige advisering en management zullen leveren met als doel het creëren van meerwaarde voor de betrokken organisatie, cliënt en maatschappij. Hun aanpak is open, vriendelijk, informeel en gedreven waarbij het uitgangspunt is recht te doen aan de verwachtingen die opdrachtgevers van hen mogen hebben. Verder kunt u van Noblesse Oblige verwachten dat wij onze cliënten van de best mogelijke strategische kennis en expertise zullen voorzien bij het oplossen van complexe strategische vraagstukken die binnen hun bedrijfsvoering spelen. Dit in zowel de private als de publieke sector. Tegelijkertijd voegen we daad bij woord door maatschappelijk een actieve rol te vervullen en onze betrokkenheid bij de samenleving uit te dragen. Veelzijdigheid, strategisch inzicht en aandacht voor de maatschappij waarin we leven zijn dan ook een onlosmakelijk onderdeel van onze bedrijfsvoering (zie ook onze maatschappelijke activiteiten en projecten).
Omdat wij altijd net iets meer bieden dan het aloude reclamebureau. En omdat u graag met een hecht team van professionals wilt werken, dat als vanzelf betrokken en enthousiast raakt bij het oplossen van marketing-/communicatievraagstukken.
We hebben meer in huis dan de conventionele disciplines omdat wij Marketing en Communicatie zien als een integraal onderdeel van de waardeketen. Integratie met menselijk kaptitaal, infrastructuur en technologische ontwikkelingen maakt onze campagnes efficient en doeltreffend.
Hoe? Door integraal naar opdrachten te kijken. Door kort op de huid van onze klant te zitten, persoonlijk en flexibel te werken. Door met open vizier te denken en geregeld aan tafel te zitten met specialisten uit onverwachte hoeken. Door samen te brainstormen over een opdracht, aan de hand van onze eigen ontwikkelde methodiek. Dat doen we omdat wij geloven dat de beste oplossingen samen en in groter verband worden bedacht. 1+1=3. We noemen dat gewoon: een slim en onderscheidend antwoord geven op de vragen van onze klanten.
Teruglopende verkoop, fusies, vastlopende processen, dreigende concurrentie, gebrek aan innovatie?
Noblesse Oblige helpt bij het oplossen van dit soort problemen met strategisch advies. Door ervaring, bewezen modellen en theorie op een praktische manier in te zetten wordt samen met uw organisatie een gedegen advies opgesteld. Dit advies is meer dan een organisatieplaatje of een model: het zijn praktische handvatten met duidelijke resultaten. Wij willen dan ook de verantwoordelijkheid voor de implementatie op ons nemen, als daarvoor gekozen wordt.
Instrumenten die Noblesse Oblige hiervoor inzet zijn o.a.:
Strategie Workshop
Balanced Scorecard Management
Structureel Innovatie Management
Agile Enterprise Strategy
Wilt u hier meer over weten? Kijk bij de projecten voor voorbeelden, of neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Omdat het oude adagium ‘noblesse oblige’ het uitgangspunt vormt van onze bedrijfsfilosofie, willen wij ons succes op een constructieve manier met anderen delen. Noblesse Oblige wil op deze manier bijdragen aan het realiseren van een rechtvaardige, ondernemende en duurzame samenleving. Dit doen wij door actief bij te dragen aan maatschappelijke thema’s en projecten binnen de overheid en het bedrijfsleven, congressen en bijeenkomsten te organiseren die bijdragen aan
Daartoe initiëren wij op eigen initiatief jaarlijks drie projecten bij verschillende organisaties en bedrijven. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een gemeentelijke instelling, een zorginstelling of een basisschool in een achterstandswijk. In samenspraak met de betreffende organisatie delen we de uitvoering van een project in op drie verschillende niveaus, te weten strategisch, tactisch en operationeel. Drie medewerkers, elk belast met een specifiek niveau, zullen gemiddeld vier maanden om de week een vrijdag hun tijd vrijwillig besteden aan het project. Op deze manier is het voor onze medewerkers mogelijk om in de praktijk van dichtbij te bezien met welke verschillende facetten zowel directie als medewerkers van organisaties te maken krijgen en tegelijkertijd vormen de projecten op eigen initiatief de basis voor het toepassen van onze bedrijfsfilosofie in de praktijk. Voor een overzicht van onze maatschappelijke projecten klik hier.
Noblesse Oblige sponsort de reis van een jonge ontdekkingsreizigster, Divi Groenewoud. De 4-vwo-scholiere neemt deel aan de zeilexpeditie School at Sea. Samen met 34 andere leerlingen en een kleine crew vaart ze de traditionele handelsroute naar het Caribische gebied en weer terug. De leerlingen volgen afwisselend het normale 4-vwo-lesprogramma en werken daarnaast op het schip als matroos, kok, wachtleider, machinist of kapitein. Aan wal nemen de leerlingen deel aan uiteenlopende expedities en uitwisselingsprogramma’s.
Divi: “Meegaan met School at Sea is voor mij echt een uitdaging. Behalve een zeilexpeditie is het ook een talentontwikkelings- en leiderschapsprogramma. Ik leer op een natuurlijke manier door zelf te ervaren. Ook ga ik andere culturen van dichtbij bekijken. Zo verblijf ik drie weken bij de boscreolen diep in Suriname. Tijdens een van onze expedities zullen we de top van een berg beklimmen. Ik hoop met deze reis heel zelfstandig te worden, meer het initiatief te nemen en een bredere kennis op te doen door al de expedities die we de komende tijd gaan doen.”
Het belangrijkste doel van School at Sea is om het maatschappelijk bewustzijn onder zijn leerlingen te ontwikkelen en verrijken, hen te stimuleren in het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden en te inspireren. Noblesse Oblige onderschrijft dit doel.
Investeren in de persoonlijke groei van jonge mensen zorgt ervoor dat zij meer zelfbewust zijn. Bewuster zijn van hun keuzes en verantwoordelijkheden. Dat de keuzes die zij maken niet alleen voor henzelf maar ook invloed hebben op anderen op de maatschappij in het algemeen.
Divi zal ons regelmatig op de hoogte houden van haar ervaringen op zee en van haar expedities.Fair winds and following seas!
Met de opkomst van smartphones wordt het steeds noodzakelijker om diensten (ook) via apps aan te bieden. Vooral als het gaat om locatiespecifieke diensten of iets waarmee men eenvoudig de tijd kan doden, dan wordt vaak naar de mobiel gegrepen.
Zodra je gekozen hebt om een bepaalde dienst op het mobiele platform aan te bieden, moet je kiezen voor welk platform je gaat ontwikkelen. De strijd tussen iOS, Android en Windows (Blackberry lijkt uitgespeeld) is nog niet gestreden. Je zal daarom ofwel voor alle platforms moeten ontwikkelen, of je moeten richten op een bepaalde doelgroep.
Of je kiest voor HTML5: de meest recente generatie HTML, die door alle moderne browsers (inclusief die op smartphones) wordt ondersteund.
Met HTML5 kan je dus in één keer alle mobiele gebruikers bereiken. De gebruiker hoeft ook geen app te installeren: met HTML5 bezoekt hij/zij een website. Om herhaalbezoek te bevorderen is het overigens wel aan te bevelen om de HTML5-website “in te pakken” in een app, met een icoontje die op de mobiel blijft staan. Dit kan bv. met PhoneGap, waarmee een HTML5 app in één keer naar alle mobiele platforms geport kan worden.
HTML5 bevat alle functionaliteit om optimaal gebruik te maken van de smartphone. Slimme video-functies zorgen voor naadloze integratie van video, specifieke formulieritems zorgen voor herkenbare en gebruikersvriendelijke interactie en ook de locatie van de gebruiker kan in de functionaliteit geïntegreerd worden.
Er zitten ook nadelen aan het gebruik van HTML5 voor apps… Het is niet zo eenvoudig om gebruikergegevens op te slaan. Dat kan in cookies, maar die zijn beperkt in omvang, kosten bandbreedte en vallen onder steeds striktere wetgeving. Het alternatief is om de gegevens op de server op te slaan, maar daarvoor moet de gebruiker inloggen, en dat is vaak te lastig voor mobiele gebruikers. HTML5 heeft ook de “local storage” functie, maar ik weet nog niet hoe bruikbaar deze is om grotere hoeveelheden data op te slaan en te integreren in de functionaliteit. Het lijkt in elk geval wel handig voor zaken als persoonlijke instellingen.
Een ander nadeel is dat niet alle onderdelen van het mobiele apparaat met HTML5 zijn aan te roepen, terwijl dat met “native apps” vaak wel kan. Denk aan de camera, de lijst contactgegevens of de accelerometer. En als deze wel zijn te benaderen, is de code vaak specifiek voor het apparaat. Zo zitten er toch verschillen in de interpretatie van de code. Dat betekent dat je toch altijd rekening moet houden met verschillen in de interface, en deze goed moet testen.
Om de mogelijkheden van HTML5 te testen, heb ik een eenvoudige app gemaakt. Daarvoor ben ik gestart met de JQuery Mobile Framework. Daarmee is het heel eenvoudig om wat schermen te maken: een formuliertje, een resultatenpagina en een detailspagina. Vanuit mijn verleden bij Werk.nl, wist ik een vacature-RSS-feed op te rakelen, waarmee een eenvoudige vacature zoekfunctie is te bouwen. Deze RSS wordt met een Classic ASP pagina opgeroepen en geparsed om de juiste velden op de juiste plek te tonen.
Natuurlijk wil je dan voor de locatie gebruik maken van de locatie van de mobiele telefoon. Dat viel nog niet mee: het is eenvoudig om de coördinaten van de mobiele telefoon op te roepen (zie bv. http://www.w3schools.com/html/html5_geolocation.asp). Maar voor het vinden van vacatures is de postcode nodig, en een converter van geo-coördinaten naar postcode is niet standaard… Gelukkig biedt de Google Maps API wel een functie om het adres op te roepen, op basis van geo-coördinaten. Met wat knip- en plakwerk, lukte het inderdaad om de juiste postcode op te zoeken.
Alles bij elkaar ben ik ruim een dag bezig geweest, waarbij ik de meeste tijd kwijt was met het opzoeken van de juiste code – ik moest immers nog HTML5 leren. Verder kostte het opmaken ook nog enige tijd: je wil wel dat het er een beetje uitziet! Voor het resultaat kunt u het beste op een smartphone kijken, maar omdat de app in HTML5 is geschreven, werkt het ook op andere platforms, als de browser maar HTML5 kan interpreteren. De app staat hier: http://188.203.24.217/innovatie/werknl.html
In de huidige wereld, die dankzij betaalbare technologie, telecommunicatie en internet heel open is geworden, moet ook innovatie als open proces beschouwd worden. Kennis is verspreid en informatie alom voor handen, en organisaties moeten accepteren dat ze het niet redden met enkel hun eigen innovatiekracht. Dit betekent een andere manier van omgaan met innovaties, ontwikkeling en intellectueel eigendom. In dit artikel wordt daar op ingegaan, mede gevoed door ideeën van o.a. Henry Chesbrough (schrijver van o.a. “Open Innovation”) en Wim Verhavenbeke (professor Open Innovation op het ESADE instituut). Verder is informatie gebruikt van openinnovation.eu en wikipedia.
Gesloten innovatie
Sinds de industrialisatie in de 19e eeuw heeft innovatie vrijwel uitsluitend plaats gevonden binnen organisaties. Dit was het gevolg van een gebrek aan goed geschoold personeel, beperkte afzetmogelijkheden van ideeën, onvoldoende kwaliteit van toeleveranciers en het simpelweg niet bestaan van de benodigde kennis.
Innoverende organisaties hadden een laboratorium waar eigen personeel werkte aan nieuwe producten, die de organisatie in de markt kon zetten. Bekende voorbeelden zijn het laboratorium van Thomas Edison in Menlo Park (General Electric) en dat van Alexander Graham Bell (Bell Labs, nu onderdeel van Lucent-Alcatel), maar ook IBM had zijn Watson laboratorium en Xerox zijn Palo Alto Research Center (PARC). In Nederland was er het NatLab van Philips, waar op het hoogtepunt zo’n 2.400 werknemers werkten, en waar in totaal ruim 90.000 patenten zijn vastgelegd.
Omslag
Gesloten innovatie werkte goed tot het eind van de vorige eeuw. Eind jaren 80, en in de jaren 90 van de vorige eeuw zorgden diverse ontwikkelingen er echter voor dat gesloten innovatie minder effectief werd:
mobiliteit van werknemers
Het is niet meer gebruikelijk om een heel leven bij dezelfde werkgever te blijven. Een werknemer is tegenwoordig meer bezig met zijn/haar ontwikkeling dan die van de werkgever, en zal de mogelijkheid grijpen om ergens anders verder te groeien als die zich voor doet. Met de werknemer verdwijnt dan ook de kennis uit de organisatie, die op een andere manier weer opgevuld moet worden.
rol van universiteiten
Universiteiten leveren steeds beter geschoold personeel af en voeren ook steeds vaker toegepaste wetenschap uit. Behalve zuiver wetenschappelijk onderzoek worden ook toepassingen ontwikkeld. Soms omdat dat voor nieuwe geldstromen zorgt, maar ook omdat studenten en organisaties daarom vragen. Hierdoor verschuift de rol van het laboratorium van de grote organisaties deels naar de universiteiten.
opkomst van Venture Capitalists (durfkapitaal)
Venture Capitalists investeren in bedrijven die nieuwe producten ontwikkelen (“development”). Ze investeren echter niet in wetenschappelijk onderzoek (“research”). Dit zorgt voor een scheiding van Research & Development en grotere kansen voor start-ups die zonder laboratorium innovaties naar de markt brengen.
beschikbaarheid van informatie, vooral dankzij het internet
Dankzij het internet is enorm veel kennis via enkele muisklikken beschikbaar. Daarnaast zorgt internet ervoor dat enthousiaste enkelingen over de hele wereld elkaar kunnen vinden en elkaar kunnen helpen met innoveren.
De hierboven beschreven ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat er nieuwe vormen van innovatie ontstonden die effectiever en sneller waren. De organisaties die eerst nog op gesloten innovatie vertrouwden, speelden hierop in en braken hun laboratoria open.
Zo werd het NatLab van Philips in 2000 ontdaan van zijn hekken en omgebouwd tot High Tech Campus Eindhoven. Tegenwoordig is deze campus helemaal onafhankelijk van Philips en zijn er meer dan 90 bedrijven actief. Het PARC van Xerox is in 2002 een onafhankelijke dochter van Xerox geworden, waar in diverse samenwerkingsverbanden voor vele organisaties (o.a. de universiteit van Berkeley) onderzoek en ontwikkeling plaatsvindt.
Zo zijn vrijwel alle onderzoekscentra van bedrijven opengesteld en omgevormd tot open onderzoekscentra, waar bedrijven en opleidingsinstituten elkaar vinden.
Open Innovatie
Deze ontwikkelingen hebben geleid tot “Open Innovatie”, waarbij de benadering van R&D enorm is veranderd. Henry Chesbrough heeft dit beschreven in 6 principes, waar een organisatie rekening mee moet houden als het open innovatie wil bedrijven:
Niet alle deskundigen in ons werkterrein werken voor ons. We moeten werken met deskundigen binnen en buiten onze organisatie.
Externe R&D kan betekenisvolle waarde creëren; interne R&D is nodig om ons deel van die waarde op te kunnen eisen.
We hoeven het oorspronkelijk onderzoek niet zelf te doen om ervan te kunnen profiteren.
Een beter business model is beter dan als eerste op de markt zijn.
Als we het best gebruik weten te maken van interne en externe ideeën zullen we winnen.
We zouden moeten profiteren van andermans gebruik van ons intellectueel eigendom, en we zouden andermans intellectueel eigendom moeten kopen als dat onze business voordeel geeft.
Dit laatste aspect van Open Innovatie – omgaan met intellectueel eigendom – maakt het wel wat lastiger dan gesloten innovatie. Als één partij het hele traject van R&D voor zijn rekening neemt, is het duidelijk wie de eigenaar van de innovatie is. Met Open Innovatie werken echter diverse partijen samen aan een innovatie. Juist dan is het belangrijk om rekening te houden met intellectueel eigendom. Als dit goed is geborgd, is een partij met specifieke kennis eerder geneigd deze te delen met anderen. De kans dat er misbruik gemaakt wordt van deze kennis is dan immers kleiner, en kan achteraf eventueel aangevochten worden.
Bijna alle principes vragen om een open houding en samenwerking met externe partijen. Veel traditioneel gesloten laboratoria zijn daarom omgevormd tot open centra voor innovatie, waar bedrijven en universiteiten elkaar vinden. Dankzij het internet wordt het mogelijk om ook buiten deze centra te werken aan innovatie. De Open Source communities zijn hier een goed voorbeeld van. Door de grote hoeveelheid deelnemers, gaan de ontwikkelingen razendsnel. Soms worden deze initiatieven door bedrijven aangemoedigd en worden klanten uitgedaagd om mee te werken aan innovaties. Dan is er sprake van “co-creatie”, wat bv. door Lego goed is opgepakt.
Probleem bij Open Source en (in mindere mate) Co-Creatie, is de beloning van de partijen die hebben meegewerkt aan de innovatie. De belangrijkste drijfveer om mee te doen is daarom enthousiasme, en dat is niet altijd voldoende om de beste expertise aan te trekken, en tot de beste oplossingen te komen.
Open Innovatie Platform
Om Open Innovatie te faciliteren, en bereikbaar te maken voor iedereen, ook buiten de universiteiten en centra voor innovatie, ontwikkelt Noblesse Oblige het Open Innovatie Platform.
Dit virtuele platform zorgt ervoor dat:
het innovatieproces ondersteund wordt en gestructureerd verloopt
uitvinders, productontwikkelaars, verkopers en investeerders elkaar vinden en samenwerken
innovaties (of delen daarvan) in een nieuwe context hergebruikt kunnen worden
intellectueel eigendom beschermd blijft, waardoor alle betrokkenen de beloning krijgen die ze verdienen
Dit leidt tot een effectiever innovatieproces, succesvollere oplossingen en kortere time-to-market.
Het platform is in ontwikkeling en daarbij worden natuurlijk de principes van Open Innovatie gebruikt. Daarom wordt samenwerking gezocht met partijen die geloven in Open Innovatie en relevante expertise kunnen leveren. Het doel is dan ook niet om als eerste in de markt te komen, maar wel om met de beste oplossing te komen.
De verwachting is dat een bèta versie in het vierde kwartaal van 2012 beschikbaar komt.
Om deze site goed te laten werken, en om de site te evalueren en te verbeteren is het nodig om kleine bestanden (de zogeheten cookies) op uw computer op te slaan. Vrijwel alle websites maken hier al geruime tijd gebruik van, maar vanaf juni 2012 dient u - als bezoeker - hier expliciet akkoord mee te gaan.
Als u op 'Akkoord' klikt zal de waarschuwing niet meer getoond worden als u de website vanaf deze computer met deze browser bezoekt.
Als u niet op 'Akkoord' klikt en de site toch verder bezoekt, gaat u impliciet akkoord met het plaatsen van cookies. Hoewel dat niet geheel in lijn is met de wetgeving, is het volgens ons op dit moment de beste manier om met de wet om te gaan.
U kunt ons beleid rond het gebruik van cookies lezen in de gebruiksvoorwaarden. Hier kunt u ook lezen hoe u kunt voorkomen dat er cookies op uw computer geplaatst worden.
Meer informatie over de wetgeving rond cookies kunt u vinden op deze pagina: Nieuwe Communicatiewet.